Wat betekent NPK bij plantenvoeding?

Op vrijwel iedere zak zie je een reeks cijfers staan, bijvoorbeeld 12-4-8 of 6-3-20. Maar wat betekenen die cijfers eigenlijk?
De letters NPK staan voor stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K).
Dit zijn de drie primaire voedingsstoffen die vaak in meststoffen worden vermeld. De cijfers geven aan hoeveel van deze voedingsstoffen in de meststof aanwezig is.
Waar staan N, P en K voor?
De drie letters staan voor:
N = stikstof
Stikstof speelt onder andere een belangrijke rol bij groei, bladontwikkeling, eiwitten en chlorofyl.
P = fosfor
Fosfor is onder andere betrokken bij wortelontwikkeling, energieoverdracht en de ontwikkeling van jonge planten.
K = kalium
Kalium speelt onder andere een rol bij de waterhuishouding, enzymactiviteit en de tolerantie van planten voor verschillende vormen van stress.
De drie voedingsstoffen hebben dus ieder hun eigen functie.
Wat betekenen de cijfers?
Een meststof met bijvoorbeeld 12-4-8 bevat volgens de gebruikelijke aanduiding:
12% stikstof (N);
4% fosfaat, uitgedrukt als P₂O₅;
8% kali, uitgedrukt als K₂O.
Bij de Europese etikettering worden fosfor en kalium bij dit soort aanduidingen uitgedrukt als P₂O₅ en K₂O.
De cijfers zijn dus geen score. Een meststof met 20-5-10 is niet automatisch “beter” dan een meststof met 10-5-10. De juiste verhouding hangt af van wat de plant en de bodem nodig hebben.
Waarom heeft een meststof verschillende NPK-verhoudingen?
Niet iedere plant heeft op ieder moment dezelfde voedingsbehoefte.
Een grasmat die vooral behoefte heeft aan groei vraagt iets anders dan gras dat zich moet voorbereiden op een periode waarin de groei afneemt.
Daarom bestaan er verschillende NPK-verhoudingen. De verhouding kan worden afgestemd op de toepassing, het seizoen, de bodem en de behoefte van het gewas.
NPK bij gras
Voor gras zijn stikstof, fosfor en kalium belangrijke voedingsstoffen. Maar de ideale verhouding is niet voor iedere grasmat hetzelfde.
Een gazon, voetbalveld, golfbaan of paardenweide kan bijvoorbeeld een andere bemestingsstrategie nodig hebben.
Daarbij moet je ook rekening houden met de voedingsstoffen die al in de bodem aanwezig zijn.
Een bodemonderzoek kan helpen om te bepalen welke voedingsstoffen beschikbaar zijn en waar eventueel aanvulling nodig is.
Wat betekent bijvoorbeeld 6-3-20?
Een verhouding van 6-3-20 betekent dat er relatief meer kalium dan stikstof en fosfor in de meststof zit.
Dat betekent niet automatisch dat zo'n meststof voor iedere situatie geschikt is. De verhouding moet passen bij het doel van de bemesting en de behoefte van de grasmat.
Kijk daarom niet alleen naar het hoogste getal op de verpakking, maar naar de volledige NPK-verhouding én de overige voedingsstoffen in het product.
NPK is niet het hele verhaal
NPK is belangrijk, maar planten hebben meer voedingsstoffen nodig dan alleen stikstof, fosfor en kalium.
Ook magnesium, zwavel, calcium en verschillende micronutriënten spelen een rol bij de groei en ontwikkeling van planten. Gras heeft volgens turfgrass-richtlijnen in totaal meerdere essentiële voedingsstoffen nodig.
Daarom zegt alleen de NPK-verhouding niet alles over een meststof.
Wil je eerst weten wat gras precies nodig heeft?
Lees dan: Welke voedingsstoffen heeft gras nodig?.
Hoe kies je de juiste NPK-verhouding?
Begin niet bij de meststof, maar bij de behoefte van de grasmat.
Kijk onder andere naar:
de bodem;
de grassoort;
het gebruik van de grasmat;
het seizoen;
de aanwezige voedingsstoffen;
de gewenste groei en ontwikkeling.
Op basis daarvan kun je bepalen welke voedingsstoffen en welke verhouding passen bij de situatie.
NPK is dus vooral een hulpmiddel om de samenstelling van een meststof snel te begrijpen. Het vertelt je welke voedingsstoffen erin zitten, maar niet automatisch welke meststof jouw grasmat nodig heeft.




Opmerkingen